Heeft u altijd al een strak, groen gazon in uw tuin willen hebben? In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe u zelf een nieuw gazon kunt aanleggen. U krijgt alle informatie die u moet weten over het voorbereiden van de grond, de keuze tussen graszoden en graszaad, het aanleggen van het gazon en de nazorg. Zo maakt u van uw gazonproject een succes! Kiest u er toch voor om het gazon te laten aanleggen? Dan helpen wij u ook graag met advies en service. Er zijn namelijk een aantal belangrijke keuzes die u moet maken als u een gazon gaat aanleggen; gaat u inzaaien of liever kant-en-klare graszoden leggen. Hieronder leest u alles wat u moet weten en waar u rekening mee moet houden als u een nieuw gazon aanlegt.
Graszoden of graszaad - welke keuze voor uw nieuwe gazon?
U kunt op twee manieren een nieuw gazon in uw tuin aanleggen:
- Gazon inzaaien met graszaad
- Gazon aanleggen met graszoden (grasmatten)
Beide methoden kunnen leiden tot een prachtig groen gazon, maar er zijn belangrijke verschillen. We zetten de belangrijkste verschillen op een rij:
Snel resultaat vs. geduld
Wilt u meteen een mooie, dichte grasmat zonder maanden te wachten? Dan zijn graszoden de beste keuze. Met graszoden heeft u direct een kant-en-klaar gazon; de lege grond is meteen bedekt met groen gras. Graszaden daarentegen hebben tijd nodig om te ontkiemen en uit te groeien tot een vol gazon. Het kan enkele maanden duren voordat een ingezaaid gazon dichtgegroeid en volledig bespeelbaar is. Met inzaaien moet u dus wat meer geduld hebben.
Kosten
Graszoden leggen is duurder dan zelf gras zaaien. De kant-en-klare grasmatten zijn een voorgekweekt product en vergen meer investering. Gras zaaien is goedkoper, omdat u alleen zaad hoeft te kopen. Als budget een grote rol speelt en u wat langer kunt wachten op het resultaat, is inzaaien daarom aantrekkelijk.
Arbeid en voorbereiding
Bij graszoden krijgt u snel resultaat, maar u moet de zoden wel direct na levering leggen en zorgvuldig verwerken. Het vergt fysiek werk om de zware rollen uit te rollen en strak te leggen. Gras zaaien is lichter werk; het verspreiden van zaad gaat vrij eenvoudig. De bodemvoorbereiding (zie verderop) is voor beide methoden vergelijkbaar, goede voorbereiding is de basis voor een mooi gazon.
Kwaliteit en onderhoud
Beide methoden kunnen leiden tot een prachtig gazon, mits goed uitgevoerd. Graszoden hebben als voordeel dat ze afkomstig zijn van professionele kwekers, waardoor u een onkruidvrij en gelijkmatig beginnend gazon krijgt. Het gras is vaak sterk en meteen mooi groen. Gras zaaien geeft u meer keuze in het soort graszaad en mengsels, bijvoorbeeld voor schaduw, sier of speelgazon. U kunt de zaadmengeling afstemmen op uw situatie, wat een voordeel is als u bijvoorbeeld veel schaduw in de tuin heeft of juist een speelgazon wilt. Houd er wel rekening mee dat in een ingezaaid gazon eerder onkruiden kunnen verschijnen (zaden van onkruid kunnen in de bodem zitten of aanwaaien) en dat de jonge grasplanten kwetsbaar zijn in het begin.
Gebruiksklaar
Een nieuw ingezaaid gazon mag u een tijdje niet belopen. Vaak wordt aangeraden om pas na 6-8 weken (ongeveer twee maanden) het gazon voorzichtig te gebruiken, wanneer het gras voldoende dicht en sterk is. Bij graszoden is dat veel sneller: doorgaans kunt u een nieuw graszoden-gazon na twee weken betreden. In de praktijk betekent dit dat graszoden de snellere optie zijn en u veel eerder van uw gazon kunt genieten.
De beste tijd om een gazon aan te leggen
Een nieuw gazon kunt u niet het hele jaar door even makkelijk aanleggen. De omstandigheden van temperatuur en vochtigheid spelen een grote rol in het succes van grasgroei. De beste periodes om gras te zaaien zijn het voorjaar en het najaar, wanneer de grond vochtig is en voldoende is opgewarmd. In Nederland zijn april en mei goede maanden in het voorjaar, en eind augustus tot en met september in het najaar. In deze periodes is de bodem gemiddeld warm genoeg (rond 10-12 °C of hoger) en valt er regelmatig regen, wat ideaal is voor graszaden om te ontkiemen.
Het is verstandig om bepaalde weersomstandigheden te vermijden. Leg geen nieuw gazon aan tijdens extreme hitte of droogte in de zomer; bij zeer warm weer droogt de grond te snel uit, moet u constant sproeien en heeft onkruid meer kans om te ontkiemen tussen uw gras. Wacht liever op een periode met gematigde temperaturen of zorg in elk geval voor extra water als u toch in de zomer aanlegt. In de winter is gras zaaien meestal niet effectief omdat het te koud is voor ontkieming. Graszoden kunnen in principe het hele groeiseizoen gelegd worden, maar niet bij vorst of bevroren grond (dan kunnen de wortels zich niet hechten). Kies dus bij voorkeur een periode in het voor- of najaar met mild weer, voldoende vocht en geen vorst, zodat uw nieuwe gazon de beste start krijgt.
Stap 1: Voorbereiding van de ondergrond

Een goede voorbereiding is essentieel voor een mooi, vlak gazon dat lang meegaat. In deze fase maakt u de bodem klaar voor het gras. Deze stap is voor zowel graszaad als graszoden grotendeels hetzelfde.
Verwijder oud gras en onkruid
Heeft u momenteel een oud of slecht gazon liggen op de plek waar het nieuwe moet komen? Verwijder dan eerst de oude graszoden volledig voordat u verder gaat. Dit kunt u op verschillende manieren doen. Voor een kleine tuin volstaat het om de graszoden met een schop uit te steken. U kunt ook een grasfrees (freesmachine) gebruiken om de zode los te frezen, of een speciale graszodensnijder huren om de grasmat af te snijden. Verwijder alle oude grasresten, onkruid, wortels en eventueel grote stenen uit de bovenste bodemlaag. Op een schone ondergrond heeft het nieuwe gras straks de beste kansen.
Tip: In sommige gevallen overwegen mensen nieuwe graszoden bovenop een oud gazon te leggen zonder het oude te verwijderen. Dit bespaart werk, maar wij raden dit af als u een optimaal resultaat wilt. Het nieuwe gras moet dan namelijk door de oude viltlaag heen wortelen, wat voor een langere aanslagperiode en mogelijk een hobbelig eindresultaat zorgt. Bovendien blijft de bodem onder de oude grasmat verdicht en minder gezond. Het beetje tijdwinst weegt meestal niet op tegen de nadelen: kans op oneffenheden en een langer wachten tot het gazon volledig sterk is.
Bodem omspitten of losmaken
Als de oude grasmat weg is (of als u op een kale bouwgrond begint), is de volgende stap de bodem goed losmaken. Gebruik een schep of spitvork om de grond om te spitten tot ongeveer 20 à 30 cm diep. Door te spitten breekt u harde grondlagen op, zodat de wortels van het gras straks diep kunnen groeien. Verwijder tijdens het spitten alle grote wortels, onkruid en stenen die u tegenkomt. Dit zorgt voor een schone en vruchtbare basis. Heeft u een zeer grote oppervlakte, dan kunt u eventueel een motorfrees gebruiken om de grond los te woelen. Tip: Denk aan uw rug tijdens het spitten – til niet meer aarde op dan nodig en werk rustig in delen.
Bodem verbeteren (indien nodig)
Een gazon gaat lang mee, dus het loont de moeite om de bodemkwaliteit nu op peil te brengen. Meng eventueel wat organisch materiaal (compost) door de bovenlaag als de grond arm of zeer zanderig is; dit verhoogt het humusgehalte en verbetert de structuur. Controleer de bodem ook op zuurtegraad (pH). Gras groeit het best bij een matig zure grond (pH ongeveer 5.5–6.5). Als de grond te zuur is (lage pH), kunt u wat kalk door de grond mengen om de pH te verhogen. Is de bodem juist te basisch (hoge pH), dan kan het toevoegen van turf of compost helpen om dit te verlagen. In de meeste tuinen is bekalken om de paar jaar voldoende; doe dit vooral als u op arme zandgrond werkt. Dit soort bodemverbetering is optioneel maar kan een wereld van verschil maken voor de groei van uw nieuwe gazon.
Egaliseren en walsen
Na het spitten (en verbeteren) ligt de grond vaak los en hobbelig. Nu gaat u de grond egaliseren, zodat het gazon straks mooi vlak wordt. Hark de bovenste grondlaag eerst globaal vlak, trek de hark over de grond om aarde gelijkmatig te verdelen en haal hoogteverschillen eruit. Loop ook rondom de randen en controleer of er geen kuilen of bulten meer zijn. Vervolgens verdicht u de grond lichtjes. Gebruik bij voorkeur een gazonwals (een zware roller) om de omgespitte grond aan te drukken. Heeft u geen wals, dan kunt u ook een brede plank gebruiken: leg de plank op de grond en loop eroverheen om zo de grond aan te stampen. Het verdichten voorkomt dat de grond later onregelmatig inzakt.
Belangrijk: druk de grond niet keihard aan, maar zodanig dat u er stevig overheen kunt lopen zonder ver weg te zakken. Vervolgens harkt u nogmaals licht over het oppervlak om de bovenste paar centimeter weer iets losser te maken. Zo ontstaat een fijn zaaibed dat gereed is voor graszaad óf voor het netjes vlak leggen van graszoden.
Tip: Een egale, goed voorbereide bodem is de basis voor een strak gazon. Verwijder alle oude grasresten en onkruid, spit de grond om en hark deze vlak. Hierna kunt u de grond licht aanrollen zodat oneffenheden verdwijnen en de bodem stevig maar nog ademend is.
Controleer tenslotte of de grond voldoende vochtig is (niet kurkdroog maar ook niet kletsnat modderig). Bij zeer droog weer kunt u de aarde enkele dagen voor het zaaien of leggen alvast vochtig maken, zodat het bodemvocht op peil is. De bodem is nu klaar voor de volgende stap: gras zaaien of graszoden leggen.
Stap 2A: Zelf een gazon inzaaien (graszaad)

Nu de ondergrond klaar ligt, kunt u gaan gras zaaien als u voor deze methode heeft gekozen. Gras inzaaien is vooral een kwestie van gelijkmatig werken en vervolgens geduld hebben. Hieronder vindt u het stappenplan voor het zaaien van een nieuw gazon:
1. Kies het juiste graszaad
Bedenk van tevoren welk type graszaad het beste bij uw wensen en situatie past. Er zijn verschillende graszaadmengsels op de markt, afgestemd op gebruik en omstandigheden. Zo is er speelgras (voor een stevig speelgazon dat tegen betreding kan), siergras (fijner en minder belastbaar, voor een ornamentaal gazon), schaduwgras (voor tuinen met veel schaduw) en sportgras, etc. Vaak bestaat een gazonmengsel uit meerdere grassoorten voor een goede balans. Kies een hoogwaardig zaadmengsel dat past bij de omstandigheden in uw tuin, dit geeft het beste resultaat. Laat u desnoods adviseren over een geschikt mengsel.
2. Bepaal het zaaimoment
Zaai bij voorkeur op een windstille dag en als de grond vochtig en warm genoeg is (zoals eerder genoemd, het voorjaar of vroege najaar). Vermijd zaaien vlak vóór een heftige regenbui, anders spoelen de zaden makkelijk weg. Een lichte motregen of bewolkte dag is ideaal voor inzaaien.
3. Zaai het graszaad gelijkmatig
Verdeel de benodigde hoeveelheid zaad in twee gelijke porties. Strooi de eerste helft van het graszaad terwijl u in lengterichting over het terrein loopt, en strooi de tweede helft terwijl u in breedterichting (haaks op de eerste richting) loopt. Door in twee richtingen te zaaien, verdeelt u het zaad kruislings en krijgt u een gelijkmatige dekking zonder lege plekken. U kunt met de hand zaaien of een handstrooier gebruiken voor een gelijkmatige verdeling. Probeer het zaad zo regelmatig mogelijk te verspreiden zodat er niet ergens hoopjes zaad liggen en elders niets.
4. Werk het zaad licht in de grond
Na het zaaien is het goed om de zaden een beetje te bedekken met aarde. U kunt heel licht met een hark over het oppervlak gaan, zodat de zaadjes net onder een dun laagje grond komen te liggen (ongeveer 0,5 tot 1 cm diep). Pas op dat u niet alles bij elkaar veegt; een lichte dwarsharkende beweging is voldoende. Als u een wals heeft, rol dan ook nog een keer licht over het ingezaaide terrein. Dit aandrukken zorgt voor goed contact tussen zaad en bodem, wat de kieming bevordert.
Tip: Heeft u geen tuinwals, dan kunt u een brede plank neerleggen en daarop stappen om het zaad aan te drukken, of de achterkant van de hark gebruiken om de grond licht aan te drukken.
5. Geef meteen water
Besproei direct na het zaaien het hele gazon voorzichtig met water. Gebruik bij voorkeur een broes of sproeier met fijne nevelstand, zodat de zaadjes niet wegspoelen. Maak de bovenste bodemlaag goed vochtig.
6. Houd de bodem vochtig
Dit is misschien wel de belangrijkste stap na het zaaien. De net gezaaide graszaden moeten constant in vochtige grond liggen om te kunnen ontkiemen. Laat de bodem dus niet uitdrogen in de eerste weken. Sproei de komende 2 weken regelmatig (bij droog weer elke dag een paar keer licht sproeien) zodat de grond steeds vochtig blijft. Gebruik een zachte sproeistand; te hard sproeien kan de zaden en jonge kiempjes verplaatsen. Let op: sproei liever ’s ochtends of ’s avonds en niet in de volle middagzon om verbranding te voorkomen.
7. Laat het gras opkomen en ontzien
Na ongeveer 1 tot 2 weken (afhankelijk van temperatuur en zaadmengsel) ziet u de eerste grassprietjes verschijnen. Blijf de bodem vochtig houden terwijl het gras groeit. Vermijd het betreden van het gazon tot het gras flink is gegroeid, idealiter wacht u tot de eerste maaibeurt voordat u erop loopt. Als het absoluut nodig is om erover te lopen (bijvoorbeeld om te sproeien), doe dit dan heel spaarzaam en stap voorzichtig op planken om het gewicht te verdelen.
8. Eerste keer maaien ingezaaid gazon
Wanneer het gras ongeveer 8-10 cm hoog is, is het tijd voor de eerste maaibeurt. Meestal duurt dit zo’n 4 tot 6 weken na het zaaien, afhankelijk van het groeitempo. Zorg dat de grond droog is bij het maaien (nat, jong gras kan makkelijk platgeslagen worden). Stel de grasmaaier hoog in; maai het nieuwe gras de eerste keer niet te kort. Houd ongeveer 6 cm als maaihoogte bij de eerste maaibeurt. Dit komt neer op slechts het topje eraf halen. Zo voorkomt u dat de tere, jonge sprietjes te veel stress krijgen. Verzamel het maaisel en loop ook nu zo min mogelijk op het gazon. De keren daarna kunt u stapsgewijs iets korter maaien, maar hou in het eerste groeiseizoen ~4-5 cm als minimum hoogte aan.
Stap 2B: Een gazon aanleggen met graszoden

Heeft u gekozen voor graszoden, dan kunt u na de grondvoorbereiding direct gaan leggen. Zorg dat uw geleverde graszoden binnen 24 uur na het snijden wordt gelegd, en houd de rollen tot leggen bij voorkeur op een koele plek in de schaduw.
Hieronder het stappenplan voor graszoden leggen:
1. Voorbereiding en startpositie
Begin met graszoden leggen op een goed voorbereide, geëgaliseerde bodem (zie stap 1). Maak de aarde vlak voordat u start licht vochtig (niet drijfnat, maar vochtig genoeg zodat de ondergrond niet stoffig is). Start het leggen bij een rechte lijn in de tuin. Dat kan bijvoorbeeld langs een pad, terras of de lange zijde van de tuin zijn. Een rechte start zorgt ervoor dat de eerste rij mooi strak komt te liggen.
2. Rol de eerste graszoden uit
Leg de eerste baan graszoden voorzichtig op de grond en rol of vouw de zoden uit. Sluit meteen goed aan op de startlijn (bijv. tegen de band van het terras) zodat de eerste rij helemaal recht ligt. Ga vervolgens door met de volgende zoden om de eerste rij volledig te leggen.
3. Leg de banen aansluitend en verspring de naden
Bij de tweede rij begint u met een halve graszode (u kunt een zode doormidden snijden) zodat de naden ten opzichte van de eerste rij niet gelijk lopen maar verspringen. Dit is hetzelfde principe als bij metselwerk: door de zoden in half verband te leggen, ontstaan verspringende naden. Op die manier krijgt u een sterker gazon en vallen de zodenranden later minder op. Het is goed om te weten dat het leggen in halfverband niet per se noodzakelijk is; graszoden kunnen ook recht naast elkaar worden gelegd. Door te verspringen groeien de naden echter sneller dicht en krijgt het gazon sneller een egaal en strak uiterlijk. Leg elke graszode strak tegen de vorige aan. Zorg dat er geen kieren of overlappende stukken zijn; de zoden moeten mooi tegen elkaar aansluiten als één grote grasmat. Ga zo rij voor rij verder. Gebruik een scherp mes om stukken op maat te snijden bij randen, bochten of obstakels.
4. Druk de graszoden aan
Terwijl u bezig bent en vooral zodra een stuk gazon helemaal bedekt is, is het belangrijk de zoden goed aan te rollen of aan te kloppen. Gebruik bij voorkeur een grasroller (gazonwals) om over de gelegde zoden te lopen en ze stevig tegen de ondergrond aan te drukken. Dit verwijdert lucht tussen de zode en de bodem en zorgt voor goed contact, waardoor de wortels gemakkelijker kunnen ingroeien. Heeft u geen wals, dan kunt u de zoden ook voorzichtig met een brede plank aanstampen. Loop daarbij over het hele oppervlak zodat alle delen aangedrukt worden.
5. Vul eventuele kieren op
Hoewel u de zoden strak legt, kunnen er altijd kleine naadjes zichtbaar zijn tussen de banen. Deze kunt u opvullen met wat aarde . Veeg dit materiaal in de naden; dit helpt de randen van de zoden om aan elkaar te groeien en voorkomt uitdroging van de zijkanten van de graszoden.
6. Water geven
Geef direct na het leggen royaal water over het hele gazon totdat de graszoden en de ondergrond eronder goed doordrenkt zijn. De zoden moeten echt flink vochtig zijn zodat de wortels meteen een vochtaanvoer hebben. In de eerste twee weken na het leggen is het cruciaal om de grasmat vochtig te houden, de wortels van de zoden moeten in die periode gaan vastgroeien in de bodem. Sproei bij droog of warm weer in het begin dagelijks, liefst ’s ochtends en ’s avonds een beetje. In zeer hete periodes kunt u zelfs twee keer per dag kort sproeien. Zorg ervoor dat de zoden niet uitdrogen, want dan kunnen de zoden krimpen en geel worden. Let op dat er geen plassen blijven staan; bij voldoende sproeien moet de ondergrond vochtig zijn, maar extreem veel water is ook niet nodig. Tip: Til af en toe een hoekje van een zode op om te kijken of de grond eronder goed vochtig is.
7. Wacht met betreden
Een vers gelegd gazon van graszoden ziet er prachtig uit, maar het gras heeft even tijd nodig om vast te groeien. Vermijd de eerste twee weken zoveel mogelijk om over de nieuwe graszoden te lopen. Het gras is nog niet geworteld en kan verschuiven of beschadigen als u erop stapt. Na ongeveer 10 tot 14 dagen beginnen de wortels de bodem in te groeien en zit de grasmat vaster. Dan kunt u het gazon ook voor het eerst maaien. Maai voor het eerst zodra de zoden zijn aangehecht, of in elk geval zodra het gras zo’n 8-10 cm hoog staat. Stel de maaier in op de hoogste maaihoogte voor deze eerste maaibeurt. Dat is iets hoger dan normaal, om de graszoden niet te veel te belasten. Gooi het maaisel weer weg en zorg dat de hoeken van de grasmat bij het maaien niet loskomen (maak geen scherpe draaibewegingen met de maaier op het gazon). Hierna kunt u het gazon om de 2 á 3 dagen opnieuw maaien op telkens een standje lager, tot de gewenste hoogte van ongeveer 4 cm is bereikt.
Stap 3: Nazorg voor uw nieuwe gazon

Gefeliciteerd, u heeft een nieuw gazon aangelegd! Met de juiste nazorg zorgt u ervoor dat het gras goed aanslaat en uw gazon er prachtig bij blijft liggen.
Hieronder enkele belangrijke nazorg tips:
Voldoende water blijven geven
Ook na de eerste twee weken (wanneer de graszoden geworteld zijn of het ingezaaide gras is opgekomen) blijft water belangrijk. Jonge grasplanten hebben ondiepe wortels en drogen bij droogte snel uit. Geef in de eerste maanden bij droog weer regelmatig water zodat de grasmat nooit helemaal uitdroogt. Bij graszoden kunt u na twee weken de sproeifrequentie iets afbouwen naar om de paar dagen, afhankelijk van het weer. Ingezaaid gras moet u de eerste 6 weken echt goed in de gaten houden; als de sprietjes eenmaal een paar cm hoog zijn en het worteltje iets dieper zit, kunt u ook daar iets minder vaak sproeien, maar laat de jonge aanplant niet verdrogen.
Tip: Sproei bij voorkeur in de vroege ochtend of late avond om verdamping te beperken en verbranding te voorkomen.
Eerste maaibeurten voorzichtig uitvoeren
Zoals eerder genoemd, maait u voor het eerst als het gras ±10 cm hoog is (iets eerder kan bij graszoden, iets later bij ingezaaid gras). Maai de eerste keren op een hogere stand zodat u niet meer dan 1/3 van de grassprieten in één keer afsnijdt. Te kort maaien verzwakt het gras en kan kale plekken geven, zeker bij jong gazon. Maai de eerste maand maximaal een kwart tot een derde van de grassprietlengte. Frequent maaien stimuleert het gazon om dicht te groeien, maar bouw dit rustig op. Loop bij het maaien altijd op droog gras om sporen te voorkomen.
Onkruid verwijderen
Het is normaal dat er hier en daar onkruid opduikt in een nieuw gazon, vooral bij gezaaid gras. Veel onkruidzaadjes zaten mogelijk al in de grond en ontkiemen samen met het gras. Laat u hierdoor niet ontmoedigen. Handhaaf uw maaifrequentie; vaak verdwijnen eenjarige onkruidjes vanzelf na een paar keer maaien. Hardnekkige onkruiden kunt u voorzichtig met de hand uitsteken. Gebruik het eerste jaar bij voorkeur nog geen onkruidverdelgingsmiddelen op een jong gazon.
Bemesten voor groei
Voor een gezond gazon is voeding belangrijk. Na de aanleg zitten er in de bodem beperkt voedingsstoffen, zeker als u geen startermest heeft gebruikt. Bemest een nieuw gazon tijdig om de grasplantjes sterker te maken. Ingezaaid gras kunt u doorgaans ongeveer 6-8 weken na het zaaien voor het eerst bemesten (bijvoorbeeld na de tweede of derde maaibeurt) . Kies een geschikte gazonmest en houd u aan de aangegeven dosering. Voor graszoden geldt dat deze vaak al een basismest meekrijgen van de kweker, maar ook zij profiteren van extra voeding zodra ze aangeslagen zijn. Geef graszoden circa 3-4 weken na het leggen een eerste bemesting. Bijvoorbeeld een stikstofrijke gazonmest in het groeiseizoen bevordert verdere wortelontwikkeling en houdt het gras mooi groen. Strooi mest altijd vlak vóór een regenbui of geef na het strooien water, zodat de voeding in de grond zakt en het gras niet verbrandt.
Licht gebruik in het begin
Probeer intensief gebruik (voetballen, rennen, zware voorwerpen plaatsen) op een nieuw gazon uit te stellen tot het echt goed dichtgegroeid en sterk is. Bij graszaad betekent dit idealiter pas na een paar maanden. Bij graszoden kunt u na enkele weken het gazon normaal gebruiken, maar ook dan geldt: hoe langer u wacht met zwaar belasten, hoe beter het gras zich kan ontwikkelen.
Doorzaaien van kale plekjes
Ziet u na een tijdje toch ergens een kale plek of is het ingezaaide gras niet overal even dicht? Geen paniek. U kunt dergelijke plekjes eenvoudig bijzaaien. Krab de bodem daar licht los met een hark, strooi wat graszaad bij, dek de oppervlakte af met een klein beetje aarde en houd vochtig. Het nieuwe zaad zal snel ontkiemen en de open plek opvullen. Ook kunt u kleine onregelmatigheden in graszoden herstellen door in die plekken graszaad te zaaien of een stukje nieuwe zode in te passen.
Geniet van uw nieuwe gazon
Met de juiste zorg zal uw nieuwe grasveld zich ontwikkelen tot een dicht, frisgroen tapijt. Blijf het gazon regelmatig maaien (in het groeiseizoen wekelijks of meermaals per week), geef bij droogte tijdig water en bemest het gazon een paar keer per jaar om het gezond te houden. Dan heeft u jarenlang plezier van een fraai gazon.
Heeft u vragen of komt u er niet uit? Neem contact op met onze klantenservice voor advies. Wij helpen u graag zodat uw gazon groener wordt dan dat van de buren!